Home
HIERNA DE WETGEVING OP DE KANSSPELEN. |
DE WET OP DE KANSSPELEN, KANSSPELINRICHTINGEN EN DE (BESCHERMING VAN DE SPELER ?).
DE NIEUWE WETGEVING en aanpassingen aan DE NIEUWE wet kan u vinden na de wet van 07 mei 1999 dit omdat in de nieuwe wetten alleen de aangepaste regels worden weergegeven en niet de volledige tektst.
NIEUWSTE AANPASSINGEN AL MEEGEGEVEN/
GOKKER DIE DEELNEEMT AAN ILLEGALE KANSSPELEN NU OOK STRAFBAAR.
INTERNET GOKKEN IS NU LEGAAL, VERGUNNINGEN WORDEN VANAF 01.01.2012 AFGELEVERD.
OMGEVING EN HULPVERLENING KAN NU OOK UITSLUITING AANVRAGEN.
BINGO'S WORDEN TEGEN 2015 UITGERUST MET EEN IDENTITEITSKAARTLEZER
Op
07 mei 1999 werd de nieuwe wet op de kansspelen, kansspelinrichtingen
en die de spelers moest beschermen goedgekeurd, er diende ook een
kansspelencommissie opgericht te worden. Maar het zou nog tot 30
december 1999 duren voor deze nieuwe wet in het Belgische Staatsblad
verscheen en tot 30 december 2000 alvorens de nodige Koninklijke en
uitvoeringsbesluiten verschenen die de wet kracht van wet moest geven.
Welke zijn nu de veranderingen ten opzichte van de wet van 20 oktober
1902?
Hierna volgt een korte samenvatting van wat de nieuwe wet OP DE
KANSSPELEN DE KANSSPELINRICHTINGEN EN DE BESCHERMING VAN DE SPELER
INHOUDT.
Alhoewel deze nieuwe wet een verbetering inhoudt tegenover de wet van
20 oktober 1902, zeker voor wat de bescherming van de speler betreft.
Vinden wij het spijtig dat in deze wet niets is voorzien wat betreft de
regelingen voor de Nationale loterij, en het gokken op internet.
Alhoewel in de nieuwe wet (07 mei 1999, Belgische Staatsblad 30.12.1999
en Koninklijke - engemeenten krijgen meer bevoegdheden.
Zo kunnen zij vrij beslissen om geen speelhallen op hen grondgebeid toe te laten.
De toegang tot gokautomaten in cafés is verboden voor jongeren onder de 18 jaar.
De toegang tot speelhallen met gokautomaten is verboden onder de 21 jaar.
Vanaf 1 januari 2001 zijn de slot in cafés verboden. En mogen er
maximaal maar twee gokautomaten in een café uitgebaat worden.
Wat ook effectief gebeurde op 1 juli 2001.
Ook zou een speler of gokker op de gokautomaten in cafés niet
meer dan gemiddeld 12 euro 50 eurocent mogen verliezen per
speeluur.
Voor speelhallen is dit sinds 27 april 2003, 25 euro.
Ook mogen over gans België niet meer dan 180 speelhallen worden uitgebaat.
De speelhallen zijn ook onderworpen aan strengere regels.
Zo moet de uitbater alvorens een vergunning aan te vragen
voorafgaandelijk een convenant sluiten met de gemeente waar hij een
speelhal wil uitbaten.
Ook is bij wet bepaald hoeveel speelhallen een stad of gemeente mag toelaten.
DIT WERD ECHTER DOOR DE RAAD VAN STATE VERWORPEN.
Zo zouden er zich in de nabijheid van waar de speelhal zich gaat
vestigen geen scholen, plaatsen waar erediensten worden gehouden,
gevangenissen, ziekenhuizen en plaatsen die vooral door jongeren worden
bezocht mogen bevinden.
Sommige steden en gemeenten denken zich boven de wet te moeten stellen en gaan gewoon aan deze regel voorbij.
Door een convenant af te sluiten met een speelhallenuitbater, omdat ze denken er financieel voordeel uit te halen.
Maar hier gaan zij voorbij aan de bedoelingen van de wetgever om jongeren te beschermen tegen gokverslaving.
Ook de kansspelencommissie gaat hieraan voorbij.
Om deze reden heeft de WERKGROEP TEGEN GOKVERSLAVING EEN VERZOEKSCHRIFT
TOT WIJZIGING VAN DE WET EN HET KONINKLIJK BESLUIT INGEDIEND, WAARIN
ZIJN VRAAGT DAT ER ZICH BINNEN EEN STRAAL VAN 500 METER VANAF DE
UITBATING VAN de speelhal ZICH GEEN VAN BOVENVERMELDE INSTELLINGEN MAG
BEVINDEN.
Ook moet de speler zich laten inschrijven in een register, dat door de uitbater 10 jaar moet worden bijgehouden.
HET IS VERBODEN ALCOHOL TE VERKOPEN IN DE SPEELZAAL OF GRATIS MAALTIJDEN AAN TE BIEDEN.
Of aan prijzen beneden de marktwaarde.
Zo moeten er aan de in- en uitgangen folders ter beschikking zijn van
het publiek die waarschuwen tegen gokverslaving. En waar men om hulp
kan vragen.
De standaard moet altijd voorzien zijn van voldoende folders.(2)
Ook kan een speler zich de toelating laten ontzeggen tot alle casino's en speelhallen.
Hij doet dit door een uitsluitingsformulier te richten tot de kansspelcommissie.
Uitschrijfformulieren kan men ook bij WTGV.vzw verkrijgen.
DE VIJF AUTOMATISCHE KANSSPELEN DIE ZIJN TOEGELATEN IN EEN SPEELHAL ZIJN.
BLACKJACK,
PAARDENWEDDENSCHAPPEN,
DOBBELSPELEN,
POKERSPELEN,
ROULETTESPELEN.
En na heel veel lobbywerk van de casino's werden ook de JACKPOTS TOEGELATEN
Er mag voor de geëxploiteerde toestellen noch binnen, noch buiten de inrichting publiciteit worden gemaakt.
Op minder dan één meter afstand van de toestellen moet de vergunning aanwezig zijn.
DE TOESTELLEN MOETEN VERPLICHT MET MUNTSTUKKEN IN WERKING WORDEN GESTELD
Geen enkele afstandbediening mag het toestel bedienen.
De basisinzet bedraagt 0,25 Euro.
Multiple inzetten worden toegelaten (max. 0,25 euro per combinatie)
voor zover de maximale winst (200 x 10) per spel en het gemiddeld
uurverlies van 25 euro gerespecteerd blijven.
Een tweede scherm (double or nothing, rood of zwart, hoger of lager) na
een kansspel die de speler een mogelijkheid bieden tot enig verlies of
verdubbeling van zijn winst is verboden.
De vergunnende of te vergunnen spelen dienen aldus aangepast
ER MOGEN GEEN LENINGEN OF VOORSCHOTTEN WORDEN TOEGESTAAN.
BETALEN MET KREDIETKAARTEN IS VERBODEN.
Betaalkaarten zouden toegelaten zijn.
DE TOESTELLEN MOGEN NIET UITGERUST ZIJN MET EEN AUTOMATISCH UITBETALINGSMECHANISME.
In cafés zijn alleen bingo - en one - bal toestellen toegelaten.
Hebt U vragen of wenst U meer uitleg over de wetgeving BEL of FAX: 02.532.58.26
GSM: 0495.69.00.24
Terug naar wetgeving
Hierna enkele voorbeelden, van wat de gevolgen kunnen zijn.
 |
Aangezien de wet van 2000 niet voldoende opbrengt voor de staatskist,
heeft men besloten om nieuwe gokmogelijkheden te voorzien en uit te breiden en de bescherming van de speler volledig naar nul en generlei waarde terug te brengen.
En dit vanaf 01.01.2011 bij het invoege treden van de aangepaste wet op de kansspelen.
Waar we bang voor waren is helaas bewaarheid geworden, zoals reeds met de bingo gebeurde van een gedoogbeleid van iets dat onwettelijk was, iets wettelijk maken.
Gebeurd nu het zelfde met internet gokken. Ondanks het feit dat dit verboden was, heeft men nu
terug van iets onwettelijk terug iets wettelijk gemaakt, Omdat dit voor de staatskist naar schatting 62 miljoen euro zou opbrengen. Wat met het aantal
slachtoffers en gezinnen die op de klippen zullen lopen, durft men daar geen schatting van opmaken????????.
Wij vragen ons af waar men nu werkelijk heen wil met het gokken hier in België????? Verder vragen we ons af waarom de speler (gokker) niet beter beschermd is.
De enige wijziging die men aan brengt is dat broers, zusters, of hulpverleners nu ook een uitsluiting kunnen aanvragen,
tot uitsluiting van toegang tot speelhallen en casino, waarna de gokverslaafde of vermeende gokverslaafde zal gehoord worden door de kansspelcommissie welke
dan een beslissing zal treffen. Waarom kunnen minderjarigen nog altijd gokken in cafés???. WAAR BLIJFT DE IDENTITEITSKAART LEZER, nog even geduld.......;;
tegen 2015 is hij er.
WAARDOOR
UITGESLOTEN GOKKERS VAN SPEELHALLEN EN CASINO EN MINDERJARIGEN NIET MEER ZOUDEN KUNNEN GOKKEN IN CAFES????????? ( volgens de Privicay commissie kan dit niet
, hun argumentatie is dat dit een inbreuk op de privicay is, niettegendtaande de uitgeschreven persoon er zelf heeft om gevraagd, maar wat baten kaars en
bril als den uil niet zienen wil???? WANNEER GAAT MEN OOK EENS WERK MAKEN OM EEN CORRECT????????????.
UURGEMIDDELDE VERLIES AANGEVEN, INPLAATS VAN DE NU STERK MISLEIDENDE 12,50 - 25,00 EN 70,00 EURO AANPASSEN AAN DE WERKELIJKE VERLIES MOGELIJKHEDEN????? |
|
Publicatie : 2010-02-01
FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE
10 JANUARI 2010. - tot wijziging van de wetgeving inzake (1)
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers
Art. 2. Het opschrift van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers wordt vervangen door wat volgt :
« Wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers ».
Art. 3. In artikel 2 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in het 1° worden de woorden « of weddenschap », « of wedders », « wedders » en « of de weddenschap » opgeheven;
b) het artikel wordt aangevuld met een 5°, 6°, 7°, 8°, 9° en 10°, luidende :
« 5° weddenschap : kansspel waarbij elke speler een inzet inbrengt en waarbij winst of verlies wordt opgeleverd die niet afhangt van een daad gesteld door de speler, maar van de verwezenlijking van een onzekere gebeurtenis die zich voordoet zonder tussenkomst van de spelers;
6° onderlinge weddenschap : weddenschap waarbij een organisator als tussenpersoon optreedt tussen de verschillende spelers die tegen elkaar spelen, waarbij de inzetten worden samengevoegd en verdeeld tussen de winnaars, na afhouding van een percentage bestemd voor de betaling van de taks op de spelen en weddenschappen, voor het dekken van de organisatiekosten en voor het zich toekennen van een winst;
7° weddenschap tegen notering : weddenschap waarbij een speler wedt op het resultaat van een bepaald feit en waarbij het bedrag van de opbrengst wordt bepaald in functie van een bepaalde vaste of conventionele notering en waarbij de organisator persoonlijk gehouden is het bedrag van de winst te betalen aan de spelers;
8° media : elke radio- of televisiezender, en elk dagblad of tijdschrift waarvan de maatschappelijke zetel van de exploitant of uitgever gevestigd is in de Europese Unie;
9° mediaspel : kansspel waarvan de exploitatie gebeurt via de media;
10° informatiemaatschappij-instrumenten : elektronische apparatuur voor de verwerking, met inbegrip van digitale compressie, en de opslag van gegevens, die geheel via draden, radio, optische middelen of andere elektromagnetische middelen worden verzonden, doorgeleid en ontvangen. ».
Art. 4. In artikel 3 van dezelfde wet, gewijzigd bij de programmawet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 1 wordt vervangen door wat volgt :
« 1. de sportbeoefening »;
2° in punt 3. worden de woorden « alsook spelen die occasioneel en maximaal vier keer per jaar worden ingericht door een plaatselijke vereniging ter gelegenheid van een bijzondere gebeurtenis of door een feitelijke vereniging met een sociaal of liefdadig doel of een vereniging zonder winstgevend oogmerk ten behoeve van een sociaal of liefdadig doel, en » ingevoegd tussen het woord « omstandigheden, » en de woorden « die slechts »;
3° punt 4 wordt opgeheven;
4° het artikel wordt aangevuld met een tweede lid, luidende :
« De Koning bepaalt in toepassing van de punten 2 en 3 de nadere voorwaarden van het soort inrichting, het soort spel, het bedrag van de inzet, het voordeel dat kan worden toegekend en het gemiddeld uurverlies. ».
Art. 5. In artikel 3bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 19 april 2002 en gedeeltelijk vernietigd bij arrest 33/2004 van het Arbitragehof, wordt het woord « , weddenschappen » opgeheven.
Art. 6. Artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, wordt vervangen door wat volgt :
« § 1. Het is eenieder verboden om, zonder voorafgaande vergunning van de Kansspelcommissie overeenkomstig deze wet toegestaan en behoudens de uitzonderingen door de wet bepaald, een kansspel of kansspelinrichting te exploiteren, onder welke vorm, op welke plaats en op welke rechtstreekse of onrechtstreekse manier ook.
§ 2. Het is eenieder verboden deel te nemen aan een kansspel, de exploitatie van een kansspel of kansspelinrichting te vergemakkelijken, reclame te maken voor een kansspel of kansspelinrichting of spelers te werven voor een kansspel of kansspelinrichting wanneer de betrokkene weet dat het gaat om de exploitatie van een kansspel of kansspelinrichting die niet is vergund in toepassing van deze wet.
§ 3. Het is eenieder verboden deel te nemen aan enig kansspel indien de betrokkene een rechtstreekse invloed kan hebben op het resultaat ervan. ».
Art. 7. Artikel 5 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 8. In artikel 6 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord « drie » wordt vervangen door het woord « vier », de woorden « en de kansspelinrichtingen klasse III » worden vervangen door de woorden « de kansspelinrichtingen klasse III » en de woorden « en de kansspelinrichtingen klasse IV of plaatsen uitsluitend bestemd voor het aannemen van weddenschappen, » worden ingevoegd tussen het woord « drankgelegenheden » en het woord « , naargelang ».
2° een tweede lid wordt ingevoegd, luidende :
« Het aantal kansspelinrichtingen I, II en IV is beperkt. Indien een vergunning voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse I, II of IV openvalt, kunnen aanvragen tot het verkrijgen van een vergunning worden ingediend. De Koning bepaalt de wijze van bekendmaking van een openstaande vergunning alsmede de wijze en termijn van indiening van de aanvraag evenals de criteria die erop gericht zijn de orde van voorrang te bepalen en welke minstens betrekking hebben op de lokalisatie van de inrichting en de modus operandi van de exploitatie. ».
Art. 9. In artikel 8 van dezelfde wet, gewijzigd bij de programmawet van 8 april 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden « klasse II en III » vervangen door de woorden « klasse II, III en IV, met uitzondering van de weddenschappen, evenals voor elk kansspel geëxploiteerd via informatiemaatschappij-instrumenten en voor elk kansspel geëxploiteerd via de media » en worden de woorden « en gokkers » en « of gokker » opgeheven;
2° in het tweede lid worden de woorden « of gokker » opgeheven;
3° in het derde lid worden de woorden « of gokker » opgeheven;
4° tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
« In de kansspelinrichtingen klasse IV zijn, met uitzondering van de weddenschappen, alleen de kansspelen toegestaan waarvoor vaststaat dat de speler gemiddeld per uur niet meer verlies kan lijden dan 12,50 euro. ».
5° dit artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
« De bedragen van de kansspelen bedoeld in dit artikel worden geïndexeerd op de door de Koning te bepalen wijze. ».
Art. 10. Artikel 25 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt :
« Er bestaan negen klassen van vergunningen en drie aanvullende vergunningen :
1. de vergunning klasse A staat, voor hernieuwbare periodes van vijftien jaar, onder de door haar bepaalde voorwaarden, de exploitatie toe van een kansspelinrichting klasse I of casino;
1/1. de aanvullende vergunning klasse A+ staat, onder de voorwaarden die zij bepaalt, de exploitatie toe van kansspelen, door middel van informatiemaatschappij-instrumenten;
2. de vergunning klasse B staat, voor hernieuwbare periodes van negen jaar, onder de door haar bepaalde voorwaarden, de exploitatie toe van een kansspelinrichting klasse II of speelautomatenhal;
2/1. de aanvullende vergunning klasse B+ staat, onder de door haar bepaalde voorwaarden, de exploitatie toe van kansspelen, door middel van informatiemaatschappij- instrumenten;
3. de vergunning klasse C staat, voor hernieuwbare periodes van vijf jaar, onder de door haar bepaalde voorwaarden, de exploitatie toe van een kansspelinrichting klasse III of drankgelegenheid;
4. de vergunning klasse D staat, onder de door haar bepaalde voorwaarden, de houder ervan toe een beroepsactiviteit, van welke aard ook, uit te oefenen in een kansspelinrichting klasse I, II of IV;
5. de vergunning klasse E staat, voor hernieuwbare periodes van tien jaar, onder de door haar bepaalde voorwaarden, de verkoop, de verhuur, de leasing, de levering, de terbeschikkingstelling, de invoer, de uitvoer en de productie van kansspelen, de diensten inzake onderhoud, herstelling en uitrusting van kansspelen toe;
6. de vergunning klasse F1 staat, voor hernieuwbare periodes van negen jaar, onder de door haar bepaalde voorwaarden, de exploitatie toe van de inrichting van weddenschappen;
6/1. de aanvullende vergunning klasse F1+ staat, onder de door haar bepaalde voorwaarden, de exploitatie toe van de inrichting van weddenschappen via informatiemaatschappij-instrumenten;
7. de vergunning klasse F2 staat, voor hernieuwbare periodes van drie jaar, onder de door haar bepaalde voorwaarden, de aanneming van weddenschappen voor rekening van de houder van een vergunning klasse F1 toe in een vaste of mobiele kansspelinrichting klasse IV. Deze vergunning staat eveneens het aannemen van weddenschappen toe buiten een kansspelinrichting klasse IV voor de in artikel 43/4, § 5, 1° en 2° bedoelde gevallen. Ook voor deze vergunning worden hernieuwbare periodes van drie jaar ingesteld. ».
8. de vergunning G1 staat, voor hernieuwbare periodes van vijf jaar, onder de door haar bepaalde voorwaarden, de exploitatie toe van kansspelen in televisieprogramma's via nummerreeksen van het Belgische nummerplan en die een totaalprogramma inhouden;
9. de vergunning G2 staat, voor een periode van een jaar, onder de door haar bepaalde voorwaarden, de exploitatie toe van kansspelen via de media, andere dan die welke worden opgenomen in televisieprogramma's via nummerreeksen van het Belgisch nummerplan die een totaalprogramma inhouden. ».
Art. 11. Artikel 26 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt :
« Het is eenieder verboden een toegekende vergunning over te dragen. ».
Art. 12. In artikel 27 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden « A, B, C en D » vervangen door de woorden « A, A+, B, B+, C, D, F1, F1+, F2, G1 en G2 »;
2° in het tweede lid worden de woorden « A, B of C » vervangen door de woorden « A, B, C, F1 of F2 » en worden de woorden « klasse I, II en III » vervangen door « klasse I, II, III en IV ».
Art. 13. Artikel 30 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 14. Artikel 31 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, wordt aangevuld met een punt 6, luidende :
« 6. een advies overleggen uitgaande van de federale overheidsdienst Financiën, waaruit blijkt dat hij al zijn vaststaande en onbetwiste belastingsschulden heeft voldaan. ».
Art. 15. In artikel 32 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de inleidende zin wordt aangevuld met de woorden « niet alleen blijven voldoen aan de voorwaarden opgesomd in het artikel 31, maar tevens »;
2° het artikel wordt aangevuld met een punt 5, luidende :
« 5. de kansspelen of kansspelinrichtingen waarvoor een vergunning is verleend daadwerkelijk exploiteren. ».
Art. 16. Artikel 35 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 17. Artikel 36 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, wordt aangevuld met een punt 7, luidende :
« 7. een advies overleggen uitgaande van de federale overheidsdienst Financiën waaruit blijkt dat hij al zijn vaststaande en onbetwiste belastingschulden heeft voldaan. ».
Art. 18. In artikel 37 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 april 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de eerste zin van het eerste lid wordt aangevuld met de woorden « niet alleen blijven voldoen aan de voorwaarden opgesomd in het artikel 36, maar tevens »;
2° het eerste lid wordt aangevuld met een punt vijf, luidende als volgt :
« 5. de kansspelen of kansspelinrichtingen waarvoor een vergunning is verleend daadwerkelijk exploiteren in de zin van artikel 2, 2°, van deze
. ».
Art. 19. Artikel 40 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 20. Artikel 41 van dezelfde wet wordt aangevuld met wat volgt :
« De aanvrager moet een advies overleggen uitgaande van de federale overheidsdienst Financiën waaruit blijkt dat hij al zijn vaststaande en onbetwiste belastingsschulden heeft voldaan. »
Art. 21. In hoofdstuk IV van dezelfde wet wordt een afdeling IV ingevoegd, luidende :
« Afdeling IV. - Weddenschappen en kansspelinrichtingen klasse IV. ».
Art. 22. In hoofdstuk IV, afdeling IV, van dezelfde wet wordt een onderafdeling I ingevoegd, die de artikelen 43/1 tot 43/3 bevat, luidende :
« Onderafdeling I. - Weddenschappen : inrichting van weddenschappen.
Art. 43/1. Het is verboden een weddenschap in te richten omtrent een gebeurtenis of activiteit die strijdig is met de openbare orde of de goede zeden.
Het is verboden weddenschappen in te richten op evenementen of gebeurtenissen waarvan de uitslag reeds gekend is of waarbij de onzekere gebeurtenis reeds heeft plaatsgevonden.
Art. 43/2. § 1. Inzake paardenwedrennen worden enkel volgende weddenschappen toegelaten :
1° de onderlinge weddenschappen op paardenwedrennen die in België plaatsvinden en die worden georganiseerd door een renvereniging die erkend is door de bevoegde federatie;
2° de onderlinge weddenschappen op paardenwedrennen die in het buitenland plaatsvinden onder de door de Koning te bepalen voorwaarden;
3° de weddenschappen tegen vaste of conventionele notering op paardenwedrennen die in België plaatsvinden en die worden georganiseerd door een renvereniging die erkend is door de bevoegde federatie;
4° de weddenschappen op paardenwedrennen die in het buitenland plaatsvinden, hetzij volgens de resultaten van de onderlinge weddenschappen, hetzij volgens de conventionele notering waarnaar de partijen verwijzen. De aanneming van deze weddenschappen is voorbehouden aan de exploitanten van de vaste kansspelinrichtingen bedoeld in artikel 43/4, § 2, tweede lid.
§ 2. Inzake paardenwedrennen kunnen :
1° de weddenschappen zoals bedoeld in artikel 43/2, § 1, 1°, enkel worden ingericht door of mits toestemming van de renvereniging die de betreffende wedren organiseert. Deze vereniging mag de vorm aannemen van een vereniging zonder winstoogmerk;
2° de weddenschappen zoals bedoeld in artikel 43/2, § 1, 2°, enkel worden ingericht onder de door de Koning bepaalde voorwaarden door de inrichter van de weddenschappen bedoeld in het 1°;
3° de weddenschappen zoals bedoeld in artikel 43/2, § 1, 3°, enkel worden ingericht binnen de omheining van een renbaan met toestemming van de renvereniging die de betreffende wedren organiseert. Deze vereniging mag de vorm aannemen van een vereniging zonder winstoogmerk.
Art. 43/3. § 1. De inrichters van de weddenschappen moeten beschikken over een vergunning klasse F1.
§ 2. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het maximum aantal inrichters van weddenschappen.
De Koning stelt dit aantal, voor de periodes die hij bepaalt, vast op basis van criteria die ertoe strekken het aanbod te beperken ter bescherming van de speler en ter garantie van een doeltreffende controle. De Koning kan de procedure bepalen voor het behandelen van vergunningsaanvragen in overtal. ».
Art. 23. In afdeling IV van dezelfde wet wordt een onderafdeling II ingevoegd, die het artikel 43/4 bevat, luidende :
« Onderafdeling II. - Kansspelinrichtingen klasse IV
Art. 43/4. § 1. Kansspelinrichtingen klasse IV zijn plaatsen uitsluitend bestemd voor het aannemen van weddenschappen die overeenkomstig deze wet zijn toegestaan voor rekening van de vergunninghouders F1.
Het aannemen van weddenschappen vereist een vergunning klasse F2.
Behoudens de uitzonderingen bepaald in § 5, is het verboden weddenschappen aan te nemen buiten een kansspelinrichting klasse IV.
§ 2. De kansspelinrichtingen klasse IV zijn vast of mobiel.
Een vaste kansspelinrichting is een permanente inrichting, duidelijk afgebakend in de ruimte, waarin de weddenschappen worden geëxploiteerd.
Een vaste kansspelinrichting is uitsluitend bestemd voor het aannemen van weddenschappen, behoudens :
-de verkoop van gespecialiseerde bladen, sportmagazines en gadgets;
- de verkoop van niet alcoholische dranken;
- de exploitatie van maximaal twee automatische kansspelen die weddenschappen op soortgelijke activiteiten aanbieden als deze die aangegaan worden in het wedkantoor. De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder deze kansspelen kunnen worden uitgebaat.
Een mobiele kansspelinrichting is een tijdelijke inrichting, duidelijk afgebakend in de ruimte, die wordt geëxploiteerd ter gelegenheid, voor de duur en op de plaats van een evenement, een sportwedstrijd of eensportcompetitie. Zij dient duidelijk te worden afgescheiden van de gelegenheden waar alcoholische drank wordt verkocht voor verbruik ter plaatse.
Een mobiele kansspelinrichting mag geen andere weddenschappen aannemen dan deze die betrekking hebben op dat evenement, die wedstrijd of die competitie.
§ 3. Alle weddenschappen toegelaten overeenkomstig deze wet en waarvoor een inzet werd gedaan die het bedrag of de tegenwaarde bepaald door de Koning overschrijdt, dienen door de aannemer van de weddenschappen te worden geregistreerd, in een geïnformatiseerd systeem, waarbij de opgeslagen gegevens gedurende vijf jaar moeten worden bewaard.
De Koning bepaalt de gegevens die terzake moeten worden geregistreerd en de wijze waarop de registratie moet gebeuren.
§ 4. De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad het maximum aantal vaste en mobiele kansspelinrichtingen, evenals de criteria die ertoe strekken een spreiding van deze inrichtingen te organiseren. Hij kan een procedure met criteria van voorrang voor de behandeling van de aanvragen in overtal bepalen.
§ 5. Buiten voormelde kansspelinrichtingen klasse IV mogen tevens worden aangenomen :
1° de onderlinge weddenschappen op paardenrennen en weddenschappen op sportevenementen andere dan paardenrennen en windhondenrennen, bij wijze van nevenactiviteit door de dagbladhandelaars, natuurlijke personen of rechtspersonen, die als commerciële onderneming zijn ingeschreven in de Kruispuntbank voor ondernemingen, voor zover ze niet worden aangenomen in gelegenheden waar alcoholische dranken worden verkocht voor verbruik ter plaatse. De Koning bepaalt de nadere voorwaarden waaraan de dagbladhandelaars moeten voldoen. Zij dienen te beschikken over een vergunning klasse F2;
2° de onderlinge weddenschappen op paardenrennen zoals bedoeld in artikel 43/2, § 2, 1° en 2°, die worden georganiseerd binnen de omheining van een renbaan, onder de door de Koning te bepalen voorwaarden. De vereniging dient te beschikken over een vergunning klasse F2. ».
Art. 24. In afdeling IV van dezelfde wet wordt een onderafdeling III ingevoegd, die de artikelen 43/5 tot 43/7 bevat, luidende :
« Onderafdeling III. - algemene bepalingen.
Art. 43/5. Om een vergunning klasse F1 of F2 te kunnen verkrijgen, moet de aanvrager :
1. indien het gaat om een natuurlijke persoon, aantonen dat hij onderdaan is van een lidstaat van de Europese Unie en, indien het gaat om een rechtspersoon, aantonen dat hij deze hoedanigheid naar Belgisch recht of naar het recht van een lidstaat van de Europese Unie bezit;
2. indien het gaat om een natuurlijke persoon, aantonen dat hij het volle genot heeft van zijn burgerlijke en politieke rechten, en indien het gaat om een rechtspersoon, aantonen dat de bestuurders en zaakvoerders deze rechten genieten. In alle gevallen dienen de aanvrager, de bestuurders en de zaakvoerders zich te gedragen op een wijze die beantwoordt aan de vereisten van de functie;
3. het reglement van de weddenschappen evenals iedere wijziging hiervan aan de commissie mededelen en zich ertoe verbinden dat een exemplaar ervan zal worden uitgehangen in iedere kansspelinrichting of plaats waar de weddenschappen worden aangenomen;
4. een advies overleggen uitgaande van de federale overheidsdienst Financiën waaruit blijkt dat hij al zijn vaststaande en onbetwiste belastingsschulden heeft voldaan.
De aanvrager van de vergunning klasse F1 moet daarenboven :
1. de lijst opgeven van de aard of de soort van de weddenschappen die worden ingericht;
2. het bewijs leveren van zijn kredietwaardigheid en financiële draagkracht;
3. het reglement van de weddenschappen evenals iedere wijziging hiervan aan de commissie mededelen en zich ertoe verbinden dat een exemplaar ervan zal worden uitgehangen in iedere kansspelinrichting waar de weddenschappen worden aangenomen;
4. de lijst opgeven van de kansspelinrichtingen of plaatsen waar de weddenschappen zullen worden aangenomen.
Art. 43/6. Om houder van een vergunning klasse F1 of F2 te kunnen blijven, moet de aanvrager niet alleen blijven voldoen aan de voorwaarden opgesomd in het artikel 43/5, maar tevens :
1. indien het gaat om een natuurlijk persoon die op enigerlei wijze, rechtstreeks of onrechtstreeks, persoonlijk of door middel van een rechtspersoon deelneemt aan de exploitatie van een kansspelinrichting klasse IV of een plaats waar weddenschappen worden aangenomen, op ondubbelzinnige wijze kunnen geïdentificeerd worden. Zijn identiteit moet doorgegeven worden aan de commissie;
2. de commissie de mogelijkheid bieden om alle andere natuurlijke personen die op enigerlei wijze, rechtstreeks of onrechtstreeks, persoonlijk of door middel van een rechtspersoon deelnemen aan de exploitatie van een kansspelinrichting klasse IV of een plaats waar weddenschappen worden aangenomen, te allen tijde te identificeren en de identiteit van de personen te kennen;
3. aan de commissie alle inlichtingen verstrekken die haar de mogelijkheid bieden de transparantie van de exploitatie en de identiteit van de aandeelhouders, alsook de latere wijzigingen daaromtrent te controleren;
4. de weddenschappen waarvoor de vergunning is verleend daadwerkelijk blijven inrichten of aannemen en de kansspelinrichtingen daadwerkelijk exploiteren;
5. aan de commissie alle wijzigingen verstrekken die moeten worden aangebracht aan de lijst van de kansspelinrichtingen of plaatsen waar de weddenschappen zullen worden aangenomen.
Art. 43/7. De Koning bepaalt :
1. de vorm van de vergunningen klasse F1 en F2;
2. de wijze waarop de aanvragen van een vergunning F1 en F2 moeten worden ingediend en onderzocht;
3. de verplichtingen waaraan vergunninghouders F1 en F 2 moeten voldoen inzake beheer en boekhouding;
4. de werkingsregels van de weddenschappen;
5. de regels van toezicht op en controle van de weddenschappen eventueel door middel van gebruik van een passend informaticasysteem. ».
Art. 25. In dezelfde wet wordt een hoofdstuk IV/1 ingevoegd, dat artikel 43/8 bevat, luidende :
« Hoofdstuk IV/1. - De aanvullende vergunningen of kansspelen via informatiemaatschappij-instrumenten
Art. 43/8. § 1. De commissie kan, aan een vergunninghouder klasse A, B of F1 maximaal één aanvullende vergunning toekennen, respectievelijk A+, B+ en F1+, voor het uitbaten van kansspelen via informatiemaatschappij-instrumenten. De aanvullende vergunning kan enkel betrekking hebben op de uitbating van spelen van dezelfde aard als deze die in de reële wereld aangeboden worden.
§ 2. De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad :
1° de kwaliteitsvoorwaarden die door de aanvrager dienen te worden vervuld en welke minstens betrekking hebben op de volgende elementen :
a) de kredietwaardigheid van de aanvrager;
b) de veiligheid van het betalingsverkeer tussen de exploitant en de speler;
c) het beleid van de exploitant ten aanzien van de toegankelijkheid van de kansspelen voor sociaal kwetsbare groepen;
d) de klachtenregeling;
e) de nadere regels betreffende de reclame;
f) de nakoming van al zijn fiscale verplichtingen;
2° de voorwaarden waaronder de spelen kunnen worden aangeboden en welke minstens betrekking hebben op de registratie en identificatie van de speler, de controle van de leeftijd, de aangeboden spelen, de spelregels, de wijze van betaling en de wijze van verdeling van prijzen;
3° de nadere regels van toezicht op en controle van de geëxploiteerde kansspelen en die minstens betrekking hebben op de voorwaarde dat de servers waarop de gegevens en de website-inrichting worden beheerd, zich bevinden in een permanente inrichting op het Belgisch grondgebied;
4° welke spelen mogen worden uitgebaat;
5° de nadere regels betreffende de informatie ten behoeve van de spelers over de wettigheid van de kansspelen via informatiemaatschappij-instrumenten;
§ 3. De geldigheidsduur van de aanvullende vergunningen is gekoppeld aan de respectievelijke geldigheidsduur van de vergunningen klasse A, B of F1.
§ 4. De commissie houdt een lijst bij van de afgegeven aanvullende vergunningen die kan worden ingezien door eenieder die daarom verzoekt.
Art. 26. In dezelfde wet wordt een hoofdstuk IV/2 ingevoegd, dat de artikelen 43/9 tot 43/15 bevat, luidende :
« Hoofdstuk IV/2. - Mediaspelen
Afdeling I. - algemene bepalingen
Art. 43/9. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
- spelduur : periode begrepen tussen de inzet en het definitief afsluiten van het spel met winst of verlies;
- operator : iedere persoon die, in eigen naam en voor eigen rekening, diensten of netwerken voor elektronische of telefonische communicatie levert of doorverkoopt;
- organisator : iedere persoon die een spel organiseert zoals bepaald in dit hoofdstuk, of de inhoud ervan vastlegt;
- spelaanbieder : iedere persoon die een spel aan de speler aanbiedt door elk soort middel;
- facilitator : iedere persoon die zijn infrastructuur ter beschikking stelt en/of medewerking verleent voor het beheer en de afhandeling van de communicatie uitgaande van de speler.
Art. 43/10. Om een vergunning G1 of G2 te kunnen verkrijgen, moet de aanvrager :
1. indien het gaat om een natuurlijke persoon, onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie; indien het gaat om een rechtspersoon, die geen vereniging zonder winstoogmerk mag zijn, deze hoedanigheid naar Belgisch recht of naar het recht van een lidstaat van de Europese Unie bezitten;
2. indien het gaat om een natuurlijke persoon, volledig zijn burgerlijke en politieke rechten genieten en zich gedragen op een wijze die beantwoordt aan de vereisten van de functie; indien het gaat om een rechtspersoon, moeten de bestuurders en zaakvoerders volledig hun burgerlijke en politieke rechten genieten en zich gedragen op een wijze die beantwoordt aan de vereisten van de functie;
3. bij de commissie een volledig dossier indienen waarin de organisatie, de wijze van selecteren en de methodiek van het spel volledig worden uiteengezet. In dit aanvraagdossier dient eveneens duidelijk te worden weergegeven wie de desbetreffende operator, organisator, spelaanbieder en facilitator is. Deze personen, indien het gaat om natuurlijke personen, moeten ook volledig hun burgerlijke en politieke rechten genieten; indien het gaat om rechtspersonen, moeten de bestuurders en zaakvoerders volledig hun burgerlijke en politieke rechten genieten;
4. een advies overleggen uitgaande van de Federale overheidsdienst Financiën waaruit blijkt dat hij al zijn vaststaande en onbetwiste belastingschulden heeft voldaan.
Art. 43/11. Om houder van een vergunning klasse G1 of G2 te kunnen blijven, moet de aanvrager niet alleen blijven voldoen aan de voorwaarden opgesomd in het vorige artikel, maar tevens :
1. indien het gaat om een natuurlijke persoon die op enigerlei wijze, rechtstreeks of onrechtstreeks, persoonlijk of door middel van een rechtspersoon deelneemt aan de exploitatie van een mediaspel, te allen tijde en op ondubbelzinnige wijze door de commissie gekend zijn; zijn identiteit moet doorgegeven worden aan de commissie;
2. de commissie de mogelijkheid bieden om alle andere natuurlijke personen die op enigerlei wijze, rechtstreeks of onrechtstreeks, persoonlijk of door middel van een rechtspersoon, deelnemen aan de exploitatie van een mediaspel, te alle tijde en op ondubbelzinnige wijze te identificeren en de identiteit van die personen te kennen;
3. aan de commissie alle inlichtingen verstrekken die haar de mogelijkheid bieden te allen tijde de transparantie van de exploitatie en de identiteit van de aandeelhouders, alsook latere wijzigingen daaromtrent te controleren.
Afdeling II. - Televisieprogramma's via nummerreeksen van het Belgisch nummerplan en die een totaalprogramma inhouden
Art. 43/12. De spelaanbieder moet over een vergunning klasse G1 beschikken om televisieprogramma's via nummerreeksen van het Belgisch nummerplan te exploiteren waarvoor hij de oproeper niet alleen de prijs van de communicatie maar ook een betaling voor de inhoud mag aanrekenen, doch alleen voor de reeksen waarop het eindgebruikerstarief geen functie is van de tijdsduur van de oproepen en die een totaalprogramma inhouden.
Art. 43/13. De Koning bepaalt :
1. de vorm van de vergunning klasse G1;
2. de wijze waarop de aanvragen van een vergunning moeten worden ingediend en onderzocht;
3. de wijze waarop de mediaspelen worden ingericht en beheerd, met dien verstande dat een afzonderlijke boekhouding moet worden gevoerd voor alle kansspelactiviteiten;
4. de werkingsregels van de mediaspelen;
5. de regels van toezicht en controle op de mediaspelen;
6. de criteria die ertoe strekken een expansie van het aanbod te vermijden.
Afdeling III. - Kansspelen geëxploiteerd via de media, andere dan de in de afdeling II bedoelde televisieprogramma's via nummerreeksen van het Belgisch nummerplan
Art. 43/14. De spelaanbieder moet over een vergunning klasse G2 beschikken om alle via de media geëxploiteerde kansspelen te mogen exploiteren, behoudens wat betreft de televisieprogramma's via nummerreeksen van het Belgisch nummerplan die een totaalprogramma inhouden
Art. 43/15. De Koning bepaalt :
1. de vorm van de vergunning klasse G2;
2. de wijze waarop de aanvragen van een vergunning moeten worden ingediend en onderzocht;
3. de wijze waarop deze mediaspelen worden ingericht en beheerd, met dien verstande dat een afzonderlijke boekhouding moet worden gevoerd voor alle kansspelactiviteiten;
4. de werkingsregels van deze mediaspelen;
5. de regels van toezicht en controle op de mediaspelen;
6. de spelen waarvoor geen vergunning moet worden aangevraagd;
7. de criteria die erop gericht zijn een expansie van het aanbod te vermijden. ».
Art. 27. In dezelfde wet worden de woorden « Afdeling IV. Personeel » vervangen door de woorden « Hoofdstuk IV/3. Personeel ».
Art. 28. Artikel 44 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt :
« Elke persoon die gedurende de openingsuren van de speelzaal binnen een kansspelinrichting klasse I, II of IV enige beroepsactiviteit, van welke aard ook, wenst uit te oefenen die verband houdt met het spel, moet beschikken over een vergunning klasse D en het bewijs daarvan, in de vorm van een identificatiekaart, steeds bij zich hebben. ».
Art. 29. In artikel 46 van dezelfde wet worden de woorden « de personeelsleden » vervangen door de woorden « de houders van een vergunning klasse D » en het woord « desgevallend » ingevoegd tussen de woorden « dan die » en het woord « bepaald ».
Art. 30. Artikel 48 van dezelfde wet wordt aangevuld met wat volgt :
« De operatoren die de kennisgeving, bepaald bij artikel 9 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie hebben gedaan zijn vrijgesteld van deze verplichting. ».
Art. 31. Artikel 49 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 32. Artikel 50 van dezelfde wet wordt aangevuld met wat volgt :
« 4. een advies overleggen uitgaande van de federale overheidsdienst Financiën waaruit blijkt dat hij al zijn vaststaande en onbetwiste belastingschulden heeft voldaan. ».
Art. 33. Artikel 51 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt :
« Om een vergunning klasse E te kunnen behouden, moet de titularis ervan niet alleen blijven voldoen aan de voorwaarden opgesomd in het vorige artikel, maar tevens :
1. Indien het een natuurlijke persoon is die op enigerlei wijze, rechtstreeks of onrechtstreeks, persoonlijk of door middel van een rechtspersoon deelneemt aan een activiteit waarvoor een vergunning klasse E vereist is, te allen tijde en op ondubbelzinnige wijze door de commissie kunnen worden geïdentificeerd en bij die commissie gekend zijn. Zijn identiteit moet doorgegeven worden aan de commissie.
2. Aan de commissie alle inlichtingen verstrekken die haar de mogelijkheid bieden te allen tijde de transparantie van de exploitatie, de identiteit van de aandeelhouders, alsook de latere wijzigingen daaromtrent te controleren. ».
Art. 34. In artikel 52 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt :
« Elk model van materiaal of van toestel dat met het oog op het gebruik door een vergunninghouder bepaald in deze wet, is ingevoerd of vervaardigd binnen de grenzen en voorwaarden vastgesteld in een vergunning klasse E, moet, teneinde op het Belgische grondgebied te kunnen worden verkocht of geëxploiteerd, goedgekeurd worden door de commissie op basis van de controles uitgevoerd door een van de instanties die vermeld zijn in het tweede lid van onderhavig artikel. Als bewijs van de goedkeuring wordt een goedkeuringsattest uitgereikt. »;
2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
« De controles op basis waarvan de goedkeuring wordt verleend, worden uitgevoerd :
- hetzij door de Metrologische dienst van de Federale overheidsdienst Economie;
- hetzij door een instelling die hiertoe geaccrediteerd is in het raam van de wet van 20 juli 1990 betreffende de accreditatie van instellingen voor de conformiteitsbeoordeling of geaccrediteerd is in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen of in een ander land dat partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, onder toezicht van de Belgische Metrologische Dienst;
- hetzij door een instelling van een andere lidstaat van de Europese Unie die voor de vermelde activiteit door de overheid van die andere lidstaat is erkend. ».
Art. 35. In artikel 54 van dezelfde wet worden volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt :
« § 1. De toegang tot de speelzalen van kansspelinrichtingen klasse I en II is verboden voor personen jonger dan 21 jaar, uitgezonderd het meerderjarige personeel van kansspelinrichtingen op hun plaats van tewerkstelling. De toegang tot kansspelinrichtingen klasse IV is verboden voor minderjarigen.
De deelneming aan kansspelen in kansspelinrichtingen klasse III alsmede de deelneming aan kansspelen en weddenschappen in kansspelinrichtingen klasse IV, zijn verboden voor minderjarigen.
Dit verbod voor minderjarigen geldt ook voor de weddenschappen toegelaten buiten de kansspelinrichtingen klasse IV.
De deelneming aan kansspelen via informatiemaatschappij-instrumenten, met uitzondering van de weddenschappen, is verboden voor personen jonger dan 21 jaar. De deelneming aan weddenschappen via informatiemaatschappij-instrumenten is verboden voor minderjarigen. »;
2° paragraaf 2 wordt aangevuld met wat volgt :
« De deelname aan kansspelen in de zin van deze wet waarvoor een registratieplicht geldt, met uitzondering van de weddenschappen, zijn verboden voor magistraten, notarissen, deurwaarders en leden van de politiediensten buiten het kader van de uitoefening van hun functies. »;
3° In § 3 worden de woorden « speelzalen van kansspelinrichtingen klasse I en II » vervangen door de woorden « de kansspelen in de zin van deze wet waarvoor een registratieplicht geldt »;
4° paragraaf 3 wordt aangevuld met een punt 5 en 6, luidende :
« 5. personen met een probleem van gokverslaving. Dit toegangsverbod kan op verzoek van elke belanghebbende worden uitgesproken. Het verzoek omvat de motieven en wordt ingediend bij de commissie. De commissie neemt haar beslissing na de betrokken speler uitgenodigd te hebben zijn verweermiddelen naar voor te brengen;
6. personen voor wie het verzoek tot collectieve schuldenregeling toelaatbaar werd verklaard. »;
5° in § 4 worden de woorden « kansspelinrichtingen klasse I en II » vervangen door « kansspelen in de zin van deze wet waarvoor een registratieplicht geldt »;
6° Paragraaf 4 wordt aangevuld met een derde lid, luidende :
« De informatie die aan de commissie moet worden overgezonden door de gerechtelijke instanties, kan op elektronische wijze worden verzonden. »;
7° in § 5 worden de woorden « kansspelinrichtingen klasse I en II » vervangen door de woorden « kansspelen in de zin van deze wet, ».
Art. 36. In artikel 55 van dezelfde wet, gewijzigd bij koninklijk besluit van 4 april 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden « het ministerie van Justitie »vervangen door de woorden « de federale overheidsdienst Justitie »;
2° in het 6° van het derde lid worden de woorden « de beslissing van ontzegging van toegang tot de speelzalen van de kansspelinrichtingen » vervangen door de woorden « de beslissingen van ontzegging bedoeld in artikel 54, § 3 en § 4 ».
Art. 37. In artikel 58 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 8 april 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het tweede lid wordt aangevuld met wat volgt :
« De betaling met kredietkaarten is verboden in de kansspelinrichtingen klasse II, III en IV en voor de kansspelen die worden geëxploiteerd via informatiemaatschappij-instrumenten. »;
2° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt :
« De aanwezigheid van geldautomaten in kansspelinrichtingen klasse I, II, III en IV is verboden. De aanwezigheid van geldwisselaars in kansspelinrichtingen klasse I, II, III en IV is toegelaten. ».
Art. 38. In artikel 59 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord « reële » wordt ingevoegd tussen de woorden « Aan de » en het woord « kansspelen »;
2° het artikel wordt aangevuld met wat volgt :
« Deze bepaling geldt niet voor de deelname aan weddenschappen. ».
Art. 39. In artikel 60 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 8 april 2003, worden in het eerste lid de woorden « klasse II en III » vervangen door de woorden « klasse II, III en IV » en in het tweede lid worden de woorden « 50 euro per week » vervangen door de woorden « 400 euro per twee maanden ».
Art. 40. In artikel 61 van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
« De commissie stelt aan de kansspelinrichtingen klasse I, II, III, en IV, folders ter beschikking met informatie over gokverslaving, het telefoonnummer van de hulplijn 0800 alsmede adressen van hulpverleners. Deze folders dienen door de betreffende inrichtingen steeds zichtbaar voor het cliënteel te worden opgesteld en ter beschikking te worden gehouden. Indien de vergunninghouder gebruik maakt van informatiemaatschappij-instrumenten, dient de folder onder elektronische vorm beschikbaar te zijn. ».
Art. 41. In artikel 62 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het derde lid wordt het woord « tien » vervangen door het woord « vijf »;
2° in het zesde lid worden de woorden « klasse II of III » vervangen door de woorden « klasse I of II »;
3° dit artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
« De Koning bepaalt de wijze waarop de spelers worden toegelaten en geregistreerd voor deelneming aan kansspelen via een elektronisch communicatienetwerk evenals de voorwaarden waaraan het register moet voldoen. ».
Art. 42. In artikel 63 van dezelfde wet worden de woorden « de artikelen 4, 8, 26, 27, 46 en 58 » vervangen door de woorden « de artikelen 4 § 1, 4 § 3, 8, 26, 27, eerste lid, 46 en 58 ».
Art. 43. In artikel 64 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden « de artikelen 54, 60 en 62 » vervangen door de woorden « de artikelen 4 § 2, 43/1, 43/2, 43/3, 43/4, 54, 60 en 62 »;
2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 44. In artikel 71 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden « vergunning klasse D », vervangen door de woorden « vergunning klasse C, D en F2 »;
2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
« Bij wanbetaling van de kosten heeft de commissie het recht de waarborg aan te wenden om de verschuldigde bedragen te betalen. »;
3° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt :
« Het bedrag van de waarborg wordt bepaald op :
1. 250 000 euro voor een vergunning klasse A;
2. 250 000 euro voor een aanvullende vergunning klasse A+;
3. 75 000 euro voor een vergunning klasse B;
4. 75 000 euro voor een aanvullende vergunning klasse B+;
5. het bedrag van 25 000 euro voor de houders van een vergunning klasse E die uitsluitend diensten leveren in het raam van het onderhoud, het herstel of de uitrusting van de kansspelen; het bedrag van 12 500 euro per aangevangen schijf van 50 toestellen voor alle andere houders van de vergunning klasse E;
6. 10 000 euro voor de houders van een vergunning klasse F1;
7. 75 000 euro voor een aanvullende vergunning klasse F1+;
8. 80 000 euro voor de houders van een vergunning klasse G1;
9. 0 euro voor de houders van een vergunning klasse G2.
Art. 45. In hoofdstuk IX van dezelfde wet wordt een artikel 76/1 ingevoegd, luidende :
« Art. 76/1. De bestaande inrichters van weddenschappen welke een attest kunnen voorleggen van de federale overheidsdienst Financiën dat zij voldoen aan hun fiscale verplichtingen, kunnen hun activiteiten voortzetten tot op het ogenblik dat de commissie een beslissing heeft genomen inzake het toekennen van een vergunning klasse F1, onder voorbehoud van het betalen van een waarborg en het neerleggen van een volledig en correct dossier binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de inwerkingtreding van deze bepaling.
De vaste en mobiele inrichtingen klasse IV en de bijzondere tussenpersonen bedoeld in artikel 43/4, § 5, die correct aangemeld zijn bij de federale overheidsdienst Financiën en die weddenschappen aanbieden waarvoor de inrichter zijn fiscale verplichtingen is nagekomen kunnen hun activiteiten voortzetten tot op het ogenblik dat de commissie een beslissing heeft genomen inzake het toekennen van een vergunning klasse F 2, onder voorbehoud van het betalen van een waarborg door de inrichter wiens weddenschappen zij aanbieden en het neerleggen van een volledig en correct dossier binnen een termijn van 2 maanden te rekenen vanaf de inwerkingtreding van deze bepaling. »
Indien niet is voldaan aan de in dit artikel gestelde voorwaarden, kan de commissie de gelegenheid bieden aan de verzoeker om zijn dossier te corrigeren binnen de door haar bepaalde termijn. ».
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het Burgerlijk Wetboek
Art. 46. In artikel 1966, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, worden de woorden « alsook de kansspelen die zijn toegestaan ingevolge de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, » ingevoegd vóór de woorden « zijn van de vorige bepaling uitgezonderd. ».
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen
Art. 47. In artikel 2, eerste lid, van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, vervangen bij het koninklijk besluit van 29 maart 1994 en gewijzigd bij de wetten van 22 december 1998, 4 mei 1999, 8 april 2003 en 10 augustus 2005, wordt het cijfer « 327, » ingevoegd tussen het cijfer « 307, » en het cijfer « 337, ».
Art. 48. Het opschrift van hoofdstuk VIII van titel III van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door wat volgt :
« Bijzondere bepalingen in verband met de paardenwedrennen ».
Art. 49. In artikel 66 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1973, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 worden de woorden « alsmede het aannemen van weddenschappen op paardenwedrennen » geschrapt;
2° paragraaf 2 wordt opgeheven;
3° in § 3, worden punt 2 en punt 3 opgeheven.
Art. 50. Artikel 67 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1973, wordt opgeheven.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen
Art. 51. In artikel 327, § 6, van het Wetboein artikel 71 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, zoals gewijzigd bij artikel 44, wordt het waarborgsysteem behouden voor de vergunninghouders klasse C die hun vergunning ontvingen voor 1 januari van het jaar volgend op de datum van inwerkingtreding van deze bepaling. Het bedrag van de waarborg wordt elk jaar vastgelegd conform artikel 71 van de voormelde wet van 7 mei 1999.
Art. 60. In afwijking van artikel 4 dat voorzik van de inkomstenbelastingen 1992, laatst gewijzigd door de wet van 28 juli 2006, worden de woorden « de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers » vervangen door de woorden « de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers ».
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 15 juli 1960 tot zedelijke bescherming van de jeugd
Art. 52. In artikel 1, vierde lid, van de wet van 15 juli 1960 tot zedelijke bescherming van de jeugd, laatst gewijzigd door de wet van 7 mei 1999, worden de woorden « de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers » vervangen door de woorden « de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers ».
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de wet van 26 juni 1963 betreffende de aanmoediging van de lichamelijke opvoeding, de sport en het openluchtleven en het toezicht op de ondernemingen die wedstrijden van weddenschappen op sportuitslagen inrichten
Art. 53. In de wet van 26 juni 1963 betreffende de aanmoediging van de lichamelijke opvoeding, de sport en het openluchtleven en het toezicht op de ondernemingen die wedstrijden van weddenschappen op sportuitslagen inrichten, worden opgeheven :
1° de artikelen 1 tot 9;
2° artikel 12, 1°.
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid
Art. 54. In artikel 8, § 11, 2°, van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, laatst gewijzigd door de wet van 27 december 2006, worden de woorden » de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers » vervangen door de woorden « de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers ».
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme
Art. 55. In artikel 2bis, 5°, van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, laatst gewijzigd door het koninklijk besluit van 21 april 2007, worden de woorden « kansspelen van klasse I » vervangen door de woorden « kansspelinrichtingen van klasse I » en de woorden « de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers » vervangen door de woorden « de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers ».
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij
Art. 56. In artikel 3, § 1, van de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij, gewijzigd bij de wet van 24 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt het woord « weddenschappen » opgeheven;
2° in het tweede lid worden de woorden « en weddenschappen » ingevoegd tussen het woord « kansspelen » en de woorden « te organiseren » en worden de woorden « de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers » vervangen door de woorden « de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers »..
Art. 57. In artikel 6, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 24 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het 2° worden de woorden « en weddenschappen » ingevoegd tussen het woord « kansspelen » en de woorden « in de vormen »;
2° in het 3° worden de woorden « weddenschappen en » opgeheven.
Art. 58. In artikel 21 van dezelfde wet, deels vernietigd door het arrest nr. 33/2004 van het Arbitragehof worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden « de weddenschappen » ingevoegd tussen het woord « kansspelen » en het woord « kansspelinrichtingen »;
2° in § 1, tweede lid, worden de woorden « of weddenschappen » ingevoegd tussen het woord « kansspelen » en het woord « zijn ».
3° in § 4 worden de woorden « de weddenschappen » ingevoegd tussen het woord « kansspelen » en het woord « kansspelinrichtingen ».
HOOFDSTUK 11. - Overgangsbepaling en inwerkingtreding
Art. 59. In tegenstelling tot hetgeen wordt bepaald et in de opheffing van artikel 3, 4., van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, gewijzigd bij de programmawet van 27 december 2004, kunnen de aanbieders van de bestaande televisieprogramma's via nummerreeksen van het Belgisch nummerplan die, op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze bepaling, een toelating hebben van de kansspelcommissie, hun activiteiten verder zetten onder dezelfde voorwaarden.
Art. 61. Deze wet treedt in werking op 1 januari 2011.
De Koning kan voor iedere bepaling van deze wet een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de in het eerste lid vermelde datum.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 10 januari 2010.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
S. DECLERCK
Nota
(1) Verwijzingen naar de parlementaire voorbereiding te vermelden bij de bekendmaking van de wet in het Belgisch Staatsblad.
Kamer van Volksvertegenwoordigers
Stukken :
Doc. 52 1992/ (2008/2009) :
001 : Wetsontwerp.
002 tot 005 : Amendementen.
006 : Verslag.
007 : Tekst aangenomen door de commissie (artikel 77 van de Grondwet).
008 : Tekst aangenomen door de commissie (artikel 78 van de Grondwet).
009 : Erratum.
010 : Amendementen.
Doc. 52 2121/(2008/2009) :
001 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat.
Zie ook :
Integraal Verslag : 15 en 16 juli 2009.
Senaat
Stukken :
4-1411 - 2008/2009 :
Nr. 1 : Ontwerp geëvoceerd door de Senaat.
Nr. 2 : Amendementen.
4-1411 - 2009/2010 :
nos 3 à 5 : Amendementen.
N° 6 : Verslag.
N° 7 : Tekst geamendeerd door de commissie.
N° 8 : Tekst geamendeerd door de Senaat en teruggezonden naar de Kamer van volksvertegenwoordigers.
Handelingen van de Senaat : 19 november 2009.
Kamer van Volksvertegenwoordigers
Stukken :
Doc. 52 2121/ (2008/2009) :
002 : Ontwerp geamendeerd door de Senaat.
003 : Amendement.
004 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd.
Zie ook :
Integraal Verslag : 3 december 2009.
Terug naar wet
2009.
4322 BELGISCH STAATSBLAD — 01.02.2010 — MONITEUR BELGE
Kamer van Volksvertegenwoordigers
Stukken :
Doc. 52 2121/ (2008/2009) :
002 : Ontwerp geamendeerd door de Senaat.
003 : Amendement.
004 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter
bekrachtiging voorgelegd.
Zie ook :
Integraal Verslag : 3 december 2009.
*
FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE
N. 2010 — 358 [C − 2010/09071]
10 JANUARI 2010. — Wet tot wijziging van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, wat de Kansspelcommissie betreft (1)
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :
HOOFDSTUK 1. — Algemene bepaling
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
HOOFDSTUK 2. — Wijzigingen van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers
Art. 2. Artikel 1 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers wordt aangevuld met de woorden « , behoudens wat de artikelen betreft in Hoofdstuk II, die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet. ».
Art. 3. In artikel 9 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden « het ministerie van Justitie » worden vervangen door « de federale overheidsdienst Justitie »;
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : « De commissie wordt bijgestaan door een secretariaat ».
Art. 4. In artikel 10 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet 19 april 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt :
« § 1. De commissie is samengesteld uit volgende leden : een voorzitter, 12 vaste leden en 12 plaatsvervangende leden. De leidinggevende van het secretariaat woont met raadgevende stem de commissie bij. ».
2° paragraaf 2 wordt aangevuld met de volgende bepaling :
« Het mandaat van de leden wordt beëindigd op het moment dat in hun vervanging wordt voorzien. »;
3° in § 3, eerste lid, worden de woorden « en zijn plaatsvervanger » opgeheven en wordt het woord « worden » vervangen door het woord « wordt »;
4° in § 3, vierde lid, worden de woorden « Hij blijft zijn wedde met de daaraan verbonden verhogingen en voordelen genieten. » opgeheven;
5° paragraaf 3, vierde lid, wordt aangevuld met de volgende bepaling :« De voorzitter wordt van rechtswege gedetacheerd. »;
6° paragraaf 3 wordt aangevuld met een vijfde lid, luidende :
« De voorzitter blijft zijn wedde met de daaraan verbonden verhogingen en voordelen genieten. De voorzitter ontvangt daarnaast een jaarlijkse weddetoelage van 15 000 euro, niet geïndexeerd, onverminderd de eventuele taalpremie. »;
7° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt :
« De voorzitter en de vaste en plaatsvervangende leden van de commissie worden aangewezen voor een termijn van zes jaar, die eenmaal kan worden verlengd voor een termijn van zes jaar. Ten vroegste drie jaar na het einde van hun opdracht kunnen de leden en hun plaatsvervangers zich opnieuw kandidaat stellen voor het ambt dat zij hebben uitgeoefend. Zij kunnen opnieuw worden aangewezen voor een termijn van zes jaar, die niet kan worden verlengd. »;
BELGISCH STAATSBLAD — 01.02.2010 — MONITEUR BELGE 4323
8° het artikel wordt aangevuld met een § 6, luidende : « § 6. De commissie voert haar opdrachten in alle onafhankelijkheid uit. ».
Art. 5. Artikel 11 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt :
« Om tot voorzitter, vast of plaatsvervangend lid van de commissie te worden benoemd en het te blijven, moet men :
1. Belg zijn;
2. de burgerlijke en politieke rechten genieten en van onberispelijk gedrag zijn;
3. de volle leeftijd van 35 jaar bereikt hebben;
4. zijn woonplaats in België hebben;
5. geen functie uitoefenen of hebben uitgeoefend in een kansspelinrichting of geen persoonlijk, rechtstreeks of onrechtstreeks belang, van welke aard ook, hebben of hebben gehad voor zichzelf, voor een echtgeno(o)t(e) of een samenwonende partner, of voor een familielid of een verwant tot in de vierde graad, in de exploitatie van een dergelijke inrichting of in een andere vergunning plichtige activiteit die bedoeldis in deze wet;
6. geen titularis zijn van een verkozen mandaat op gemeentelijk, provinciaal, regionaal of federaal vlak;
7. sedert ten minste tien jaar een academisch, juridisch, administratief ,technisch, economisch of sociaal ambt uitoefenen;
8. geen lid van het secretariaat van de commissie zijn.
De voorzitter, vaste en plaatsvervangende leden mogen gedurende een termijn van vijf jaar na de beëindiging van hun mandaat geen functie uitoefenen in een kansspelinrichting of enig persoonlijk, rechtstreeks of onrechtstreeks belang, van welke aard ook, hebben voor zichzelf, voor een echtgeno(o)t(e) of een samenwonende partner noch voor een familielid of een verwant tot in de vierde graad in de exploitatie van een dergelijke inrichting of in een andere vergunning plichtige activiteit die bedoeld is in deze wet. ».
Art. 6. Artikel 12 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt :
« De functie van voorzitter wordt open verklaard wanneer de titularis ervan sedert meer dan zes maanden afwezig is, of wanneer zijnmandaat vroegtijdig ten einde is gekomen.
Ingeval de voorzitter gedurende meer dan drie maanden afwezig is, kan de minister van Justitie tijdelijk in zijn vervanging voorzien.
Bij verhindering van de voorzitter wordt hij vervangen door een lid dat de commissie onder haar leden aanwijst. ».
Art. 7. Artikel 13 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt :
« De leden en de plaatsvervangende leden van de commissie mogen niet aanwezig zijn bij een beraadslaging over zaken waarbij zij een persoonlijk, rechtstreeks of onrechtstreeks belang, van welke aard ook, hebben voor zichzelf, voor een echtgeno(o)te of een samenwonende partner noch voor een familielid of een verwant tot in de vierde graad. ».
Art. 8. Artikel 14 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt :
« De Koning bepaalt de organisatie, de samenstelling en de werking van het secretariaat. ».
Art. 9. In artikel 15 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen door wat volgt :
« Zij kan een of meer personeelsleden van haar secretariaat belasten met de uitvoering van een onderzoek ter plaatse. De leden van het secretariaat, die rijksambtenaar zijn en die te dien einde door de Koning zijn aangewezen, hebben de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings, nadat zij de volgende eed hebben afgelegd : « Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk. De bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, hulpofficieren van de procureur des Konings, kunnen slechts uitgeoefend worden met het oog op het opsporen en vaststellen van de inbreuken gepleegd op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten ».
2° in § 1, derde lid, wordt het 1° vervangen door wat volgt :
4324 BELGISCH STAATSBLAD — 01.02.2010 — MONITEUR BELGE
« 1° op elk ogenblik van de dag of nacht, binnentreden in deinrichtingen, ruimten, plaatsen waar zich onderdelen van het informaticasysteem bevinden die worden gebruikt voor de exploitatie van kansspelen en vertrekken waar zij voor het vervullen van hun opdracht toegang moeten hebben; tot de bewoonde ruimten hebben ze evenwel enkel toegang indien zij redenen hebben om te geloven dat een inbreuk op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten wordt gepleegd en met een voorafgaande machtiging van de rechter in de politierechtbank; »;
3° paragraaf 2, eerste lid, wordt vervangen door wat volgt :
« § 2. De politieambtenaar of de in § 1 bedoelde met het onderzoek belaste ambtenaren die een inbreuk vaststellen op de bepalingen van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten, zenden het origineel van het proces-verbaal over aan het bevoegde parket.
Een afschrift van het betreffende proces-verbaal wordt overgezonden aan de commissie evenals aan de persoon die een inbreuk heeft
gepleegd op deze wet of haar uitvoeringsbesluiten, met uitdrukkelijke vermelding van de datum waarop het origineel werd toegestuurd of ter hand werd gesteld aan de procureur des Konings »;
4° paragraaf 2, tweede lid, wordt vervangen door wat volgt :
« Het proces-verbaal dat door de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaren werd opgesteld inzake inbreuken op deze wet of de
uitvoeringsbesluiten ervan, heeft bewijskracht tot het tegendeel bewezen is. ».
Art. 10. In dezelfde wet wordt een artikel 15/1 ingevoegd, luidende:
« Art. 15/1. § 1. Indien de procureur des Konings, binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het origineel van het proces-verbaal, geen mededeling doet aan de commissie of deze laat weten dat, zonder het bestaan van de inbreuk in twijfel te trekken, geen gevolg zal worden gegeven aan de feiten, kan de commissie toepassing maken van artikel 15/3.
§ 2. Indien de procureur des Konings, binnen de in § 1 gestelde termijn, de commissie ter kennis brengt dat een vervolging zal worden ingesteld of dat hij van oordeel is dat geen toereikende bezwaren voorhanden zijn, vervalt de mogelijkheid voor de commissie om toepassing te maken van artikel 15/3. ».
Art. 11. In dezelfde wet wordt een artikel 15/2 ingevoegd, luidende
:
« Art. 15/2. De commissie kan bij gemotiveerde beslissing aan iedere natuurlijke of rechtspersoon, die een inbreuk pleegt op deze wet of op haar uitvoeringsbesluiten, waarschuwingen richten, de vergunning voor een bepaalde tijd schorsen of intrekken en een voorlopig of definitief verbod van exploitatie van één of meer kansspelen opleggen.».
Art. 12. In dezelfde wet wordt een artikel 15/3 ingevoegd, luidende
:
« Art. 15/3. § 1. Onverminderd de maatregelen bepaald in artikel 15/2, kan de commissie, ingeval van inbreuk op de artikelen 4, 8, 26, 27, 46, 43/1, 43/2, 43/3, 43/4, 54, 58, 60, 62, en onder de voorwaarden bepaald in artikel 15/1, § 1, aan de daders een administratieve geldboete opleggen.
§ 2. Het minimumbedrag en het maximumbedrag van de administratieve geldboete komen respectievelijk overeen met het minimumbedrag en het maximumbedrag, verhoogd met de opdeciemen, van de strafrechtelijke geldboete, bepaald bij deze wet, die hetzelfde feit sanctioneert.
De omvang van de administratieve geldboete is evenredig ten aanzien van de ernst van de inbreuk die de boete verantwoordt en
eventuele herhaling.
§ 3. De beslissing van de commissie bepaalt het bedrag van de administratieve boete en is met redenen omkleed.
§ 4. De kennisgeving van de beslissing waarbij het bedrag van de administratieve boete, wordt vastgesteld, doet de strafvordering vervallen.
§ 5. De beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete kan niet meer worden genomen vijf jaar na het feit dat de bij deze wet vastgestelde inbreuken oplevert. ».
Art. 13. In dezelfde wet wordt een artikel 15/4 ingevoegd, luidende
:
« Art. 15/4. De maatregelen bepaald in de artikelen 15/2 en 15/3 kunnen door de commissie worden genomen, nadat de betrokkene de mogelijkheid geboden is zijn verweermiddelen naar voor te brengen.
BELGISCH STAATSBLAD — 01.02.2010 — MONITEUR BELGE 4325
De betrokkene wordt daartoe bij een ter post aangetekende brief verzocht zijn verweermiddelen in te dienen. Deze brief vermeldt de volgende gegevens :
1° de referenties van het proces-verbaal tot vaststelling van de inbreuk en houdende het relaas van de feiten die deze inbreuken
opleveren;
2° het recht om binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen van de dag van de kennisgeving van de aangetekende brief :
— hetzij zijn verweermiddelen schriftelijk in te dienen;
— hetzij de aanvraag te doen om ze mondeling in te dienen;
3° het recht om zich te laten bijstaan door een raadsman;
4° de mogelijkheid tot inzage van het dossier, alsmede het adres en de openingsuren van de dienst waar hij hiervoor terecht kan;
5° het postadres en e-mail adres van de kansspelcommissie met het oog op het indienen van zijn verweermiddelen.
Indien de betrokkene verzuimd heeft om de aangetekende brief bij de post af te halen binnen de vastgestelde termijn, kan de commissie hem bij gewone brief nog een tweede uitnodiging toesturen om zijn verweermiddelen in te dienen.
Deze tweede uitnodiging doet geen nieuwe termijn van dertig dagen lopen voor het indienen van de verweermiddelen. ».
Art. 14. In dezelfde wet wordt een artikel 15/5 ingevoegd, luidende
:
« Art. 15/5. § 1. De verweermiddelen kunnen schriftelijk, inbegrepen via e-mail, worden ingediend.
§ 2. Zij kunnen ook mondeling worden ingediend. Ingeval de betrokkene zijn verweermiddelen mondeling wil naar voor brengen, wordt hij gehoord, nadat hij de commissie hierom binnen de termijn zoals bepaald in artikel 15/4, tweede lid, 2°, heeft verzocht.
De commissie kan daartoe aparte kamers samenstellen die bestaan uit de voorzitter en twee vaste leden.
De daartoe opgerichte kamer van de commissie, nodigt bij een ter post aangetekende brief, de betrokken rechtspersoon of natuurlijke persoon uit op de hoorzitting.
De betrokkene kan, bij een ter post aangetekende brief gericht aan de in het vorige lid bedoelde kamer, eenmalig om een uitstel van de hoorzitting verzoeken.
De kamer bepaalt de nieuwe datum waarop het dossier zal behandeld worden, zonder dat een bijkomend uitstel mogelijk is.
De leden van de kamer die de betrokkene hebben gehoord, stellen een omstandig verslag op van het verhoor. Een afschrift van dit verslag wordt, bij een ter post aangetekende brief, meegedeeld aan de betrokkene. Na ontvangst van dit afschrift, beschikt de persoon tegen wie de procedure loopt, over een termijn van vijftien dagen om zijn opmerkingen hieromtrent toe te zenden aan de commissie. ».
Art. 15. In dezelfde wet wordt een artikel 15/6 ingevoegd, luidende
:
« Art. 15/6. § 1. De commissie beraadslaagt en doet uitspraak binnen een termijn van twee maanden.
Deze termijn neemt een aanvang hetzij na ontvangst van de overeenkomstig artikel 15/5, § 1, ingediende schriftelijke verweermiddelen, hetzij na het verstrijken van de in artikel 15/5, § 2, laatste lid, bedoelde termijn van 15 dagen ingeval de verweermiddelen mondeling worden ingediend.
De leden van de kamer welke de persoon hebben verhoord, mogen deelnemen aan deze beraadslaging en hebben stemrecht.
§ 2. De beslissing is met redenen omkleed en wordt bij een ter post aangetekende brief ter kennis gebracht van de betrokkene. ».
Art. 16. In dezelfde wet wordt een artikel 15/7 ingevoegd, luidende
:
« Art. 15/7. § 1. De betrokkene die de beslissing waarbij door de commissie een administratieve geldboete wordt opgelegd, betwist, kan binnen een termijn van een maand te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de commissie, door middel van een verzoekschrift, beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg van zijn woonplaats of maatschappelijke zetel, die zetelt met volle rechtsmacht.
4326 BELGISCH STAATSBLAD — 01.02.2010 — MONITEUR BELGE
§ 2. Het beroep schorst de uitwerking van de beslissing van de commissie.
§ 3. Tegen de beslissing van de rechtbank van eerste aanleg is alleen een voorziening in cassatie mogelijk.
§ 4. Onverminderd hetgeen bepaald is in de vorige paragrafen, zijn
de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing op het beroep bij de rechtbank van eerste aanleg. ».
Art. 17. In dezelfde wet wordt een artikel 15/8 ingevoegd, luidende
:
« Art. 15/8. De Koning bepaalt de wijze van inning en invorderingvan de opgelegde administratieve geldboete.
De geïnde administratieve geldboetes worden gestort aan de Schatkist.».
Art. 18. In artikel 19 van dezelfde wet, gewijzigd bij de programmawet van 8 april 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 worden de woorden « klasse A, B, C en E » vervangen door de woorden « klasse A, A+, B, B+,C, E, F1, F1+, G1 en G2 »;
2° in § 1 worden tussen het eerste en het tweede lid de volgende twee
leden ingevoegd, luidende :
« De bijdrage van de vergunninghouder klasse F2 is verschuldigd door de houder van de vergunning klasse F1 voor wiens rekening de weddenschappen worden aangenomen.
Voor de houders van een vergunning klasse C en F2 dient de bijdrage te worden betaald vóór de vergunning wordt toegekend.
Het bedrag ervan komt overeen met dat van een bijdrage die de volledige duur van de vergunning dekt. »;
3° in § 2 worden de woorden « klassen A, B, C, E » vervangen door de woorden « klassen A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+, G1 en G2 ».
Art. 19. Artikel 20, derde lid, van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 20. Artikel 21 van dezelfde wet wordt vervangen door wat volgt :
« § 1. De commissie spreekt zich uit, bij een met redenen omklede beslissing, over de aanvragen tot toekenning van de vergunningen die in deze wet worden voorzien.
§ 2. Bij haar uitspraak gaat de commissie na of al de door deze wet bepaalde voorwaarden met betrekking tot de aanvrager en de beoogde vergunning zijn vervuld.
§ 3. De commissie kan de aanvrager horen vooraleer zich uit te spreken over de aanvraag. Indien de aanvrager zulks wenst, moet hij
door de commissie worden gehoord.
In alle gevallen heeft de aanvrager het recht zich te laten bijstaan door een raadsman. »
.
Art. 21. In artikel 22, derde lid, van dezelfde wet, worden de woorden « een gewoon lid » vervangen door de woorden « een vast lid».
HOOFDSTUK 3. — Overgangsbepaling en inwerkingtreding
Art. 22. De inwerkingtreding van deze wet heeft geen invloed op de rechtsgeldigheid van de aanwijzing van de huidige leden van de Kansspelcommissie overeenkomstig de bepalingen van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers zoals zij gold op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet en voor de termijn die zij bepaalde.
Art. 23. Deze wet treedt in werking op 1 januari 2011.
De Koning kan voor iedere bepaling van deze wet een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de in het eerste lid vermelde datum.
BELGISCH STAATSBLAD — 01.02.2010 — MONITEUR BELGE 4327
Kondigen deze wet af, beleven dat zij met’ s Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 10 januari 2010.
ALBERT
Van Koningswege :>BR>
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Binnenlandse Zaken,>BR>
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES
Met ’s Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
Terug naar Home
Ombuds